Mediteren heeft even groot effect als therapie

Volgens redactie wetenschap van avondkrant zoals gepubliceerd in de NRC van 29 oktober 2012:

“Als gezonde mensen gaan mediteren, ervaren ze minder angst en andere negatieve emoties en hun relaties worden beter. Niet louter doordat ze zich ontspannen, maar echt door het mediteren. De effecten zijn ‘middelgroot’, vergelijkbaar met het effect van psychotherapie bij psychische problemen. Wie mediteert, kan zich ook wat beter concentreren, beter leren en beter actief emoties reguleren, maar die effecten zijn kleiner. Het is dus waarschijnlijk niet zo dat mediterende mensen zich beter en stabieler voelen doordat ze zich beter kunnen concentreren. Het is eerder andersom: doordat mediterende mensen zich beter en stabieler voelen, kunnen ze hun aandacht beter reguleren.

Dat concludeert een team Duitse psychologen in het novembernummer van Psychcological Bulletin op basis van een meta-analyse: een bundeling van al het onderzoek naar de psychologische effecten van meditatie op gezonde mensen sinds 1970. Ze vonden 595 studies, maar de overgrote meerderheid daarvan viel af omdat het onderzoek slecht was uitgevoerd. Veel studies hadden bijvoorbeeld geen controlegroep. De psychologen troffen ook rapportages waar alleen in stond dat een effect ‘significant’ was, zonder cijfers. Uiteindelijk bleven 163 studies over, waarop de onderzoekers hun resultaten baseren. Sommige studies vergeleken meditatie met ontspanningstechnieken.

De psychologen benadrukken dat er nauwelijks toetsbare theorieën bestaan over hoe meditatie werkt – over de effecten en de mechanismen erachter. Oosterse (boeddhistische en hindoeïstische) theorieën over meditatie zijn vooral een combinatie van psychologie, filosofie en religie, waarvan de specifieke elementen – zoals de veronderstelde stappen naar ‘puur bewustzijn’ – nooit onderzocht zijn. Westerse theorieën benadrukken bijvoorbeeld afstand nemen van de eigen gedachten, maar ook daar ontbreekt onderzoek. De stand van zaken in het meditatieonderzoek is in feite vergelijkbaar, schrijven de psychologen, met het onderzoek naar psychotherapie van veertig jaar geleden. Toen werden er nog weinig soorten therapie onderscheiden en de voorspellingen waren vaag en globaal.”

Bovenstaand is integraal overgenomen uit de NRC van 29 oktober 2012.